Poker regels
Pokertermen
In texas hold’em worden veel speciale pokertermen en uitdrukkingen gebruikt. Je kunt haast wel spreken van een pokertaal. Voor een beginnende speler kan het moeilijk zijn om te begrijpen wat ervaren spelers precies bedoelen wanneer er veel pokertermen gebruikt worden op pokerweblogs en in discussies op pokerfora. Daarom vind je op deze pagina een lijst met veelgebruikte pokertermen in dit pokerwoordenboek.
Pokertermen
- All-in
- Al je chips die je nog voor je hebt in de pot zetten.
- Agressive / Agressief
- Een speler die zelf veel potten verhoogt en ook de inzetten van zijn tegenspelers raist.
- Backdoor (straight of flush)
- Een pokerhand die je pas weet te maken met de laatste twee community cards, dus de turn en de river.
- Bad Beat
- Op ongelukkige wijze een pot verliezen waarbij de speler een grote favoriet was ten opzichte van zijn tegenstander(s).
- Bankroll
- Het totaalbedrag dat een speler beschikbaar heeft om te gebruiken voor het spelen van poker.
- Bicycle
- Bijnaam voor een straat van A t/m 5. Wordt ook bike of wheel genoemd.
- Blank
- Een ogenschijnlijk onschuldige kaart die niemand geholpen kan hebben.
- Boat
- Andere naam voor een full house.
- Bonus code
- Een code die door sommige pokerrooms gebruikt wordt om een bonus te koppelen aan de account van een speler. Een overzicht van bonus codes voor diverse online pokerrooms vind je op Bonuscode.be
- Broadway
- De hoogst mogelijke straight: TJQKA.
- Calling Station
- Een speler die erg vaak callt met allerlei zwakke handen, maar bijna nooit raist met sterke handen.
- Cap
- Het maximum aantal verhogingen in een inzetronde van een limit pokergame. Meestal ligt deze cap op drie raises.
- Coin Flip
- Een situatie waarin beide spelers ongeveer 50% kans hebben om de pot te winnen. Coinflips komen bijvoorbeeld vaak voor bij all-in situaties in no-limit hold’em toernooien.
- Cold-call
- Een bet én een raise callen.
- Connectors
- Kaarten die op elkaar aansluiten, bijvoorbeeld 78 of QJ.
- Cut-off
- Hiermee wordt de plaats direct rechts van de button bedoeld. De speler dus die voor de button aan de beurt is.
- Deck
- Het spel kaarten dat gebruikt wordt.
- Dog
- Of underdog. Een hand die achterligt op een andere hand en die dus moet verbeteren om de pot te kunnen winnen.
- Drawing Dead
- Een hand die niet meer kan winnen is drawing dead: er kan geen enkele kaart meer komen die de hand nog tot de winnende kan maken.
- Early Postion
- Vroege positie: je bent als één van de eerste spelers aan de beurt. Dit is een nadeel, omdat je niet kunt zien hoe andere spelers op hun hand reageren.
- Edge
- Een voordeel dat een speler op zijn tegenstander(s) heeft.
- Fish
- Een slechte, verliezende speler.
- Gutshot
- Een straight waaraan nog één kaart in het midden ontbreekt. Bijvoorbeeld 679T. Wordt ook aangeduid met de termen inside straight en belly buster.
- Heads-up
- Een hand waarin (nog) twee spelers strijden om de pot.
- In the money
- De plaatsen in een pokertoernooi die uitbetaald worden.
- Lay down
- Een hand folden in een situatie waarin je denkt dat je verslagen bent en je je hand moet wegleggen.
- Maniac
- Een extreem agressieve speler die een groot aantal handen raist en re-raist.
- Monster
- Een hele sterke hand.
- Muck
- Een hand folden. Ook de naam van het gedeelte van de tafel waar de gefolde kaarten van de spelers liggen.
- Nuts
- De sterkst mogelijke pokerhand op een bepaald moment in de hand. Bijvoorbeeld: op een flop van T
, J
, Q
is een ace-high straight (TJQKA) de nuts. - Off suit
- Kaarten van een verschillend symbool. Bijvoorbeeld: de koning van klaveren en de boer van harten kan worden aangeduid met king jack off suit.
- Open-ended straight draw
- Vier opeenvolgende kaarten waarmee aan beide kanten een straight gemaakt kan worden. Bijvoorbeeld: 89TJ. Nu kan met de 7 en de Q een straight gemaakt worden.
- Outs
- Het aantal kaarten die nog in het spel zitten en je hand kunnen verbeteren op de turn of river.
- Overcard
- Een hogere kaart dan de kaarten die momenteel de community cards vormen. Bijvoorbeeld: je hebt QT in de hand en de flop is J73. De vrouw in je hand is een overcard.
- Overpair
- Een paar in je hand dat hoger is dan de community cards op dat moment. Bijvoorbeeld je hebt KK en na de turn zijn de board cards: QT62. Je hebt een overpair met je paar koningen.
- Paint (card)
- Een kaart waar een plaatje op staat afgebeeld, dus de J, Q of K.
- Passive / passief
- Een speler die erg weinig handen raist.
- Pocket Pair
- Een paar in je hand. De handen 22-AA zijn dus pocket pairs.
- Pot Odds
- De verhouding tussen de grootte van de pot en het bedrag dat een speler moet betalen om mee te gaan met een bet.
- Rainbow
- Community cards die bestaan uit drie of vier verschillende symbolen. Bijvoorbeeld: een flop met A
T
7
is een rainbow flop. - Rake
- Het bedrag dat het huis uit de pot neemt. Online is dit meestal zo’n 5% van de totale potgrootte. In een echt casino kan dit wel oplopen tot 10%.
- Rock
- Iemand die met erg weinig starthanden speelt en die doorgaans ook met veel te weinig handen raist.
- Runner Runner
- Twee kaarten raken op de turn en de river en zo de winnende hand maken, zie ook backdoor.
- Rush Poker
- Een speciale, snelle spelvorm exclusief aangeboden op Full Tilt Poker, waarbij je je starthand direct kunt folden nog voordat je daadwerkelijk aan de beurt bent. Je wordt vervolgens direct verplaatst naar een nieuwe tafel waar je een volgende hand ontvangt. Lees hier meer informatie over Rush Poker.
- Scare card
- Een community card die heel goed iemand anders een betere hand kan hebben gegeven. Als er bijvoorbeel twee harten op de flop liggen en er gaan een paar spelers mee met een inzet dan is een derde harten op de turn een scare kaart voor sommige spelers in de hand. Iemand kan nu heel goed een flush hebben.
- Set
- Een three of a kind die bestaat uit een paar in de hand (pocket pair) en een kaart met dezelfde waarde bij de community cards. Bijvoorbeeld: je hebt 55 in de hand en de flop komt met K53. Je hebt nu een set vijfen.
- Short Stack
- Een speler met weinig geld of chips voor zich op de tafel.
- Slowplay
- Een hele sterke hand passief spelen door slechts te checken of te callen om zo andere spelers in de val te lokken en de kracht van je hand te verbergen.
- Suckout
- Met veel geluk een hand toch nog winnen door de juiste kaart te raken.
- Suited
- Een hand met twee kaarten van hetzelfde symbool. Heb je bijvoorbeeld K
Q
dan heb je king-queen (koning-vrouw) suited. - Tilt
- Handen op slechte wijze spelen, omdat de speler boos is of geïrriteerd is geraakt na bad beats.
- Under the gun
- De speler die als eerste aan de beurt is in de pre-flop inzetronde zit under the gun (UTG).
- Value bet
- Een inzet maken omdat je denkt dat je de beste hand hebt en je afbetaald wilt worden door een tegenstander met een mindere hand.
Tip: een goede pokerroom voor beginnende spelers is PartyPoker. Party behoort al sinds de begindagen van het online poker tot de grootste en meest betrouwbare pokerrooms.
Nieuwe spelers op PartyPoker krijgen een grote bonus van $500 die bovendien goed vrij te spelen is. Dit bonusgeld maakt Party tot een goede keuze voor spelers die hun bankroll verder willen opbouwen.